ZoekenMenu

Dé woningstichting in de gemeente Boekel

Klokkenluidersregeling PeelrandWonen

• Download deze informatie als PDF

Aanleiding:

Deze  regeling  biedt  iedere  medewerker  van  PeelrandWonen  de  mogelijkheid  om  zijn  of haar vermoeden van een overtreding van interne en / of externe regelgeving te melden aan  de  directeur/bestuurder  of  de  voorzitter  van  de  Raad  van  Commissarissen.  Deze regeling  beschrijft  de  bescherming  die  melders  krijgen,  evenals  de  wijze  waarop  een melding  moet  worden  gedaan  en  de  opvolging  die  daaraan  wordt  gegeven.  Zoveel mogelijk dienen voornemens tot meldingen of vermoedens van misstanden eerst met de direct  leidinggevende   te  worden  besproken  alvorens  deze  meldingsregeling  wordt gevolgd.

De  in  deze  regeling  genoemde  vertrouwenspersoon  (i.c.  voorzitter  van  de  Raad  van Commissarissen) is als zodanig benoemd door de Raad van Commissarissen en fungeert ook buiten deze regeling als vertrouwenspersoon van PeelrandWonen.

 

Hoofdstuk 1:

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  1. Een (dreigend) strafbaar feit
  2. Een (dreigende) schending van wet- en regelgeving
  3. (een dreiging van) bewust onjuist
    informeren van autoriteiten of personen die belast
    zijn met de invoering van of het toezicht op de naleving van wettelijke regelingen
  4. Het op enigerlei wijze direct of indirect schaden van de goede naam van PeelrandWonen
  5. Een (dreiging van) schending van de gedragscode en regels van PeelrandWonen
  6. Een (dreigende) verspilling van maatschappelijk geld
  7. (een dreiging van) het bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over deze feiten.

 

Hoofdstuk 2:

Interne procedure

  1. De betrokkene meldt een vermoeden van een misstand intern bij de directeur/bestuurder en bij de vertrouwenspersoon.
  2. De betrokkene vermeldt bij de melding ten minste zijn naam en de wijze waarop met hem contact kan opnemen.
  3. De betrokkene ontvangt van de directeur/bestuurder een schriftelijke bevestiging van de ontvangst van de melding, waarin ten minste de naam van de betrokkene, een korte omschrijving van de vermoede misstand en de datum waarop de melding is ontvangen door de directeur/bestuurder, zijn opgenomen.
  4. Bij ontvangst van de melding van een vermoeden van een misstand zal de directeur/bestuurder de melding beoordelen en indien de melding gegrond wordt geacht, onverwijld een onderzoek starten. Indien de directeur/bestuurder de melding ongegrond verklaart, zal hij dit besluit en de gronden waarop dit besluit is gebaseerd, vertellen aan de betrokkene. De directeur/bestuurder zal deze mededeling schriftelijk bevestigen aan de betrokkene.
  5. De betrokkene verstrekt de directeur/bestuurder alle informatie die nodig is om de melding te beoordelen en een onderzoek te verrichten.
  6. De directeur/bestuurder informeert de vertrouwenspersoon doorlopend over de stand van zaken van de melding.

Standpunt

  1. Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de interne melding wordt de betrokkene door de directeur/bestuurder schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt over het gemelde vermoeden van een misstand. Daarbij wordt aangegeven tot welke stappen de melding heeft geleid.
  2. Indien het standpunt niet binnen vier weken kan worden gegeven, wordt de betrokkene door de directeur/bestuurder hiervan in kennis gesteld en aangegeven binnen welke termijn hij een standpunt tegemoet kan zien.

 

Hoofdstuk 3:

Melding aan de vertrouwenspersoon

  1. De betrokkene kan het vermoeden van een misstand melden bij de vertrouwenspersoon indien:
    • Het vermoeden van een misstand de directeur/bestuurder van PeelrandWonen betreft
    • Hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de vereiste termijn
    • Sprake is van een uitzonderingsgrond.
  2. Een uitzonderingsgrond als hierboven bedoeld doet zich voor, indien sprake is van:
    • Een situatie waarin de betrokkene in redelijkheid kan vrezen voor tegenmaatregelen als gevolg van een interne melding
    • Een duidelijke dreiging van verduistering of vernietiging van bewijsmateriaal
  3. De betrokkene vermeldt bij de melding aan de vertrouwenspersoon ten minste zijn naam en de wijze waarop met hem vertrouwenspersoon contact opgenomen kan worden.
  4. De betrokkene ontvangt van de vertrouwenspersoon een schriftelijke bevestiging van ontvangst van de melding, waarin ten minste de naam van de betrokkene, een korte omschrijving van de gemelde vermoede misstand en de datum waarop de melding is ontvangendoor de vertrouwenspersoon zijn opgenomen.
  5. Bij ontvangst van de melding zal de vertrouwenspersoon de melding in overleg met de overige leden van de Raad van Commissarissen beoordelen en indien hij de melding na dat overleg gegrond acht, onverwijld een onderzoek starten. Indien hij de melding na overleg ongegrond verklaart, zal hij dit besluit en de gronden waarop dit besluit is gebaseerd, meedelen aan de betrokkene. Hij zal deze mededeling schriftelijk bevestigen aan de betrokkene.
  6. De betrokkene verstrekt aan de vertrouwenspersoon alle informatie die nodig is om de melding te beoordelen en een onderzoek te verrichten.

Standpunt

  1. Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de interne melding wordt de betrokkene door de vertrouwenspersoon schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. Daarbij wordt aangegeven tot welke stappen de melding heeft geleid.
  2. Indien het standpunt niet binnen vier weken kan worden gegeven,wordt de betrokkene door de vertrouwenspersoon hiervan in kennis gesteld en aangegeven binnen welke termijn hij een standpunt tegemoet kan zien.

 

Hoofdstuk 4:

Geheimhouding

  1. Een ieder die uit hoofde van deze regeling informatie verkrijgt over de melding van een vermoeden van een misstand, zal daarover geheimhouding betrachten tegenover derden, tenzij hij op basis van deze regeling of bij of krachtens de wet bevoegd of verplicht is die informatie aan een derde te verschaffen.
  2. De directeur/bestuurder evenals de vertrouwenspersoon zullen nooit de naam van de betrokkene openbaren, tenzij de wet hen hiertoe verplicht.
  3. Als op enig moment de directeur/bestuurder of de vertrouwenspersoon op grond van de wet verplicht worden, de naam van de betrokkene die een vermoeden van een misstand heeft gemeld te openbaren, zullen de directeur/bestuurder of de vertrouwenspersoon, de betrokkene onmiddellijk hiervan op de hoogte stellen. Deze kennisgeving zal geschieden vóór openbaring van de naam van de betrokkene, tenzij de directeur/bestuurder of de vertrouwenspersoon rechtsgeldige redenen hebben om dat niet te doen.

 

Hoofdstuk 5:

Rechtsbescherming

  1. De betrokkene die met inachtneming van de bepalingen in deze regeling te goeder trouw een vermoeden van een misstand heeft gemeld, wordt op geen enkele wijze in zijn positie benadeeld als gevolg van het melden daarvan.

 

Hoofdstuk 6:

Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2009

 

0492 - 32 44 05
Terug naar boven